definitie van particuliere sector

De particuliere sector is het geheel van economische activiteit dat niet door de staat wordt gecontroleerd. Terwijl in de publieke sector de leidende rol in handen is van de staat, is in de private sector het bedrijf het fundamentele element.

Als we zeggen dat het privébedrijf de motor van deze sector is, moeten we in gedachten houden dat het niet uitmaakt wat het volume is of de juridische vorm die het heeft. Een bedrijf kan worden gevormd door een individu onafhankelijk of door duizenden werknemers en heeft juridisch gezien verschillende organisatorische opties (commanditaire vennootschap, naamloze vennootschap, vennootschap, een tijdelijke vereniging van bedrijven of UTE ...). In ieder geval is het hoofddoel van de particuliere sector het economisch voordeel via de producten of diensten die hij probeert te commercialiseren op een markt waarin hij concurreert met andere bedrijven.

Met als doel geld te verdienen

Het economische voordeel is het fundamentele aspect van de particuliere sector, maar niet het enige. Men mag niet vergeten dat de verschillende bedrijven werkgelegenheid creëren in de verschillende economische sectoren en dat werkgelegenheid een duidelijke sociale en niet uitsluitend economische dimensie heeft.

Een ander relevant vraagstuk in de private sector is de maatschappelijke verantwoordelijkheid. In de afgelopen jaren hebben sommige bedrijven criteria opgenomen die niet uitsluitend economisch zijn om hun activiteit te sturen. Je zou kunnen zeggen dat ethiek en bepaalde waarden deel kunnen uitmaken van de ondernemersgeest. Deze realiteit krijgt een naam: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Het fundamentele kenmerk van deze bedrijven is dat hun sociale dimensie (bijvoorbeeld hun inzet voor het milieu) vrijwillig is.

Debat in de privésector of de publieke sector

Er is een klassiek debat in de economie over het belang van de twee sectoren. Vanuit sommige politieke standpunten wordt de rol van de private of publieke sfeer verdedigd. Voor sommigen moet de publieke sector in stand worden gehouden en versterkt, aangezien deze een garantie is voor gelijkheid, van sociale rechtvaardigheid en het mogelijk maakt dat sociale onevenwichtigheden niet zo diep gaan. Voor anderen is de publieke sector ondoelmatig, erg duur en interventionistisch, dus ze begrijpen dat de private sector moet worden gebruikt als de echte motor van de economie en dat het publiek tot zijn minimale expressie moet worden beperkt.

Vanuit een ideologisch perspectief zouden de aanhangers van de privésector de liberale of neoliberale politieke formaties zijn en de verdedigers van het publiek de sociaal-democratische ideologieën.

In de praktijk zijn de twee sectoren op economisch gebied met elkaar verbonden, aangezien sommige openbare diensten door particuliere entiteiten worden beheerd via concessies of uitbesteding van diensten.